Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Bewijsverweer
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 mei 2018 bevestigd inzake witwassen, met uitzondering van de strafoplegging. De verdachte werd verdacht van het vervoeren van circa €300.000,- waarvan de herkomst niet concreet en verifieerbaar werd aangetoond. De verdediging stelde dat het geld afkomstig was van onroerendgoedtransacties in Marokko, maar deze verklaring werd door het hof verworpen vanwege onduidelijkheden over valuta, tijdsverloop en de aard van het aangetroffen geld.
De rechtbank had een gevangenisstraf van 11 maanden opgelegd, welke door de advocaat-generaal werd ondersteund. Het hof oordeelde dat witwassen een ernstig misdrijf is dat de integriteit van de legale economie aantast en strafbaar moet worden gesteld. Gezien de ernst achtte het hof 11 maanden passend, maar matigde de straf tot 7 maanden vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ruim 3,5 jaar tussen aanhouding en uitspraak.
De verdachte had het geld over internationale grenzen vervoerd terwijl zij wist dat het van misdrijf afkomstig was. De tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf. Het hof bevestigde het vonnis voor het overige en deed uitspraak in aanwezigheid van de meervoudige strafkamer.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een concrete en verifieerbare verklaring voor de herkomst van grote geldbedragen bij witwaszaken en de toepassing van redelijke termijnen in strafzaken.
Uitkomst: Gevangenisstraf van 7 maanden opgelegd wegens witwassen, gematigd vanwege overschrijding redelijke termijn.