Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
10 januari 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het voorhanden hebben van oefen antipersoneelsmijnen, handgranaten, oefengeweergranaten en een oefen break up granaat, in strijd met de Wet wapens en munitie (WWM). Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld op basis van fotomateriaal en deskundigenverklaringen.
In cassatie werden diverse klachten ingebracht, waaronder de afwijzing van het verhoor van een ter terechtzitting verschenen deskundige, de benoeming van andere deskundigen, de categorisering van de wapens en de vraag of het hof op basis van het fotomateriaal tot bewezenverklaring kon komen. Tevens werd een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling over de wederrechtelijkheid van het bewezenverklaarde.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, aangezien de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Ook een aangevoerde onvolkomenheid bij de beëdiging van raadsheren werd niet verder besproken, gelet op een eerder arrest.
Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de verdachte voor het voorhanden hebben van oefenwapens.