ECLI:NL:HR:2023:1798

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
22/04703
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele zaak tussen Esrein en Vemedsh

In deze civiele zaak heeft Stichting Administratie Ondernemerscentrum Esrein cassatieberoep ingesteld tegen Vemedsh Dritte Grundbesitz GmbH & Co. Geschlossene Investmentcommanditgesellschaft. De procedure betreft een geschil dat eerder door de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam is behandeld. Tegen Vemedsh is verstek verleend.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en Esrein veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van Vemedsh nihil zijn vastgesteld. Het arrest is uitgesproken door raadsheren Tanja-van den Broek, Schaafsma, Teuben en Lock op 22 december 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Esrein wordt verworpen en Esrein wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04703
Datum22 december 2023
ARREST
In de zaak van
STICHTING ADMINISTRATIE ONDERNEMERSCENTRUM ESREIN,
gevestigd te Den Haag,
EISERES tot cassatie,
hierna: Esrein,
advocaat: J. Streefkerk,
tegen
VEMEDSH DRITTE GRUNDBESITZ GMBH & CO. GESCHLOSSENE INVESTMENTCOMMANDITGESELLSCHAFT,
gevestigd te Hamburg, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Vemedsh,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8792954 CV EXPL 20-17618 van de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2021 en 9 augustus 2021;
b. het arrest in de zaak 200.299.154/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 september 2022.
Esrein heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Vemedsh is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt voor het geval in de aanhangige zaak met zaaknummer 22/04644 het arrest a quo wordt vernietigd, tot vernietiging en verwijzing en voor het geval het in die parallelle zaak komt tot verwerping van het cassatieberoep, in de onderhavige zaak eveneens tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Esrein in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vemedsh begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
22 december 2023.