ECLI:NL:HR:2023:1781
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2014-2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep tegen belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014 tot en met 2016 werd behandeld.
Na ontvangst van een aanvullend geschrift buiten de cassatietermijn heeft de Hoge Raad dit stuk buiten beschouwing gelaten. Zowel de Staatssecretaris van Financiën als de Minister van Justitie en Veiligheid dienden verweerschriften in. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.