Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
19 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een protest in een vliegtuig tegen de gedwongen uitzetting van een vreemdeling waarbij verdachte weigerde te voldoen aan een aanwijzing van een ambtenaar van de Koninklijke marechaussee (KMar) om plaats te nemen op een stoel. Het hof Amsterdam had geoordeeld dat de KMar bevoegd was deze aanwijzing te geven en dat de inbreuk op het recht op vrijheid van meningsuiting en betoging, zoals beschermd door de artikelen 10 en 11 EVRM, noodzakelijk was in een democratische samenleving.
Het cassatieberoep van verdachte richtte zich tegen deze bewezenverklaring en de beoordeling van de noodzakelijkheid van de inbreuk. De Hoge Raad verwijst voor de motivering naar een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2023:1743) en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, maar dat gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke geldboete van € 300 geen ander rechtsgevolg aan deze termijnoverschrijding wordt verbonden.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt geheel voorwaardelijke geldboete van € 300.