Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 december 2023.
Hoge Raad
Wayland Holding en een medeaandeelhouder vorderden een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens vermeende schending van de zorgplicht door Rabobank bij het afsluiten van cancellable swaps in 2008. De rechtbank wees de vorderingen af zonder inhoudelijke beoordeling van verjaring. Het hof Amsterdam oordeelde dat de vordering uiterlijk per 7 april 2015 was verjaard en wees de vorderingen af wegens gebrek aan belang.
In cassatie klaagde Wayland c.s. dat het hof het verweer dat Rabobank afstand had gedaan van verjaring niet had betrokken, wat de devolutieve werking van het hoger beroep miskende. De Hoge Raad gaf hen gelijk en vernietigde het arrest van het hof Amsterdam.
De zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. Rabobank wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak benadrukt het belang van volledige beoordeling van alle verweren in hoger beroep, met name bij verjaring.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.