Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beslissing
7 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake rijden onder invloed van alcohol, cannabis en cocaïne. De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden.
De raadsman van de verdachte stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in hoger beroep was overschreden, maar het hof had hierover geen gemotiveerde beslissing genomen. De Hoge Raad stelt dat het hof dit wel had moeten doen en neemt de zaak zelf in behandeling.
De Hoge Raad concludeert dat de redelijke termijn met ruim twee maanden is overschreden. Gezien de lichte strafmaatregel ziet de Hoge Raad geen aanleiding om aan deze overschrijding een ander rechtsgevolg te verbinden en verwerpt het beroep.
Daarnaast is een klacht over een onvolkomenheid bij de beëdiging van een raadsheer verworpen op basis van een eerder arrest van de Hoge Raad.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep ondanks overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt de opgelegde taakstraf en ontzegging rijbevoegdheid.