ECLI:NL:HR:2023:1681
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Ter zake van de betaling van het griffierecht heeft belanghebbende een beroep op betalingsonmacht gedaan en een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen ingediend. Echter, hij heeft geen recente inkomensgegevens overgelegd, waardoor de griffier de heffing van het griffierecht heeft voortgezet.
De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief werd wegens onbestelbaarheid teruggezonden en vervolgens per gewone brief verzonden. Het griffierecht is niet betaald.
Op 17 augustus 2023 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de mogelijkheid om te reageren op de niet-betaling. Deze kennisgeving werd ook per e-mail verzonden. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en doet de uitspraak in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het niet reageren op de gelegenheid tot nadere toelichting.