Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
1 december 2023.
Hoge Raad
De Procureur-Generaal heeft cassatie in het belang der wet ingesteld tegen een beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, waarin werd geoordeeld dat een patiënt geen recht heeft op inzage in een medisch advies dat een medisch adviseur aan de aansprakelijkheidsverzekeraar van een ziekenhuis heeft uitgebracht over de vraag of de behandeling volgens de regels van de geneeskunst is verlopen.
De zaak betrof een klacht van een patiënt die inzage verlangde in het advies dat een medisch adviseur in opdracht van de verzekeraar had opgesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelde dat het inzagerecht uit afdeling 7.7.5 BW niet van toepassing was omdat de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen verzet, mede vanwege het belang van vertrouwelijkheid bij de voorbereiding van de verdediging door de verzekeraar.
De Hoge Raad oordeelde dat het geven van een dergelijk advies geen handeling op het gebied van de geneeskunst is zoals bedoeld in art. 7:446 lid 1 BW Pro, omdat het niet rechtstreeks betrekking heeft op de patiënt. Daardoor zijn de bepalingen inzake inzage uit afdeling 7.7.5 BW niet van toepassing. Hoewel het Centraal Tuchtcollege onjuiste rechtsopvattingen had over art. 7:446 lid 4 BW Pro, was het uiteindelijke oordeel dat geen recht op inzage bestaat niet onjuist. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de patiënt geen recht heeft op inzage in het medisch advies aan de aansprakelijkheidsverzekeraar.