ECLI:NL:HR:2023:1593
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.M. Vrolijk, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid om dit gebrek binnen zes weken te herstellen, maar de ingediende brief kwam na deze termijn binnen en werd daarom buiten beschouwing gelaten.
De Hoge Raad besloot het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat geen aanleiding daarvoor bestond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 november 2023.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het tijdig en volledig indienen van de gronden in een cassatieprocedure en bevestigt dat het niet naleven van deze vereisten kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden binnen de gestelde termijn.