ECLI:NL:HR:2023:1555

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
10 november 2023
Zaaknummer
22/00171
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b.1 SrArt. 285b.2 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie wegens klachtvereiste bij belaging ex-vriendin

De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen de verdachte die werd vervolgd voor belaging van zijn ex-vriendin. Gedurende meer dan drie jaar belde hij haar veelvuldig, ging bij haar woning langs, betrad onaangekondigd haar tuin en stuurde haar vele liefdesbrieven, hetgeen volgens artikel 285b.1 Sr strafbaar is.

De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat niet was voldaan aan het klachtvereiste zoals bedoeld in artikel 285b.2 Sr. De Hoge Raad heeft dit betoog beoordeeld in het kader van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie en geoordeeld dat het cassatieberoep niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden.

De Hoge Raad motiveert zijn beslissing niet uitvoerig omdat het oordeel geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin de verdachte werd veroordeeld, blijft daarmee in stand.

Het arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman. Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor belaging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00171
Datum14 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 4 januari 2022, nummer 23-001323-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte ] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A. van der Poel, advocaat te Apeldoorn, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 november 2023.