ECLI:NL:HR:2023:1536
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft een beroep in cassatie ingesteld tegen een bestuursrechtelijke beslissing. Hij heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht met betrekking tot het verschuldigde griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende verzocht een formulier over inkomen en vermogen in te vullen, maar dit is niet binnen de gestelde termijn ingediend.
Vervolgens is belanghebbende per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is hem een termijn van vier weken gesteld om het griffierecht te betalen. Deze brief is afgehaald, maar betaling bleef uit. Hierna is belanghebbende via het digitale dossier en e-mail in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op het niet betalen van het griffierecht, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Boerlage en van der Voort Maarschalk en op 10 november 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.