ECLI:NL:HR:2023:1402
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met diverse naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen door de Minister van Financiën van Curaçao over de jaren 2012 tot en met 2015, betreffende winstbelasting, omzetbelasting, loonbelasting en premies. Na een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, werd in hoger beroep door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba het oordeel bevestigd.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Het hof had de zaak zorgvuldig behandeld en beantwoording van de cassatieklachten was niet noodzakelijk voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof blijft in stand.