ECLI:NL:HR:2023:1401
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk en vermindert belastingboete wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boetebeschikking over de periode januari tot en met september 2014.
De Hoge Raad beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Belanghebbende had een beroep op betalingsonmacht van het griffierecht gedaan, maar kon dit niet aannemelijk maken. Ondanks herhaalde aanmaningen en een termijnstelling werd het griffierecht niet voldaan. Hierdoor verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure van meer dan zes maar minder dan twaalf maanden. Gelet hierop werd de boete die door de rechtbank was verminderd tot €9.236 verder verminderd met 10% tot €8.312.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraken van het hof, de rechtbank en de Inspecteur voor zover deze betrekking hadden op de boete, maar zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd uitgesproken op 6 oktober 2023 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard en de boete wordt verminderd tot €8.312 wegens termijnoverschrijding.