Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
6 oktober 2023.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen buren over de eigendom van een strook grond. De kern van het geschil betreft de uitleg van een leveringsakte en de mogelijke miskenning van artikel 3:119 lid 2 BW Pro.
De procedure begon bij de rechtbank Oost-Brabant met vonnissen in februari en augustus 2020, waarna het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 5 juli 2022 een arrest wees. De eiser stelde tegen dit arrest cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van de eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de zaak niet inhoudelijk gemotiveerd omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vicepresident Polak als voorzitter en de raadsheren Schaafsma en Salomons, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.