ECLI:NL:HR:2023:1306

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2023
Publicatiedatum
21 september 2023
Zaaknummer
22/01795
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 lid 3 SrArt. 140 lid 4 SrArt. 55 SrArt. 56 SrArt. 63 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak leider criminele motorclub

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor deelname als leider aan een criminele motorclub, op grond van artikel 140 lid 4 Sr Pro.

In cassatie werden meerdere klachten ingebracht, waaronder verzoeken tot het horen van getuigen, het overleggen van processtukken, en bewijsklachten over het gebruik van PGP-berichten en de bewijskracht van vermeende incidenten en innerlijke tegenstrijdigheden in het bewijs. Ook werd de strafmotivering aangevochten, met name de toepassing van het strafmaximum en relevante wetsartikelen.

De Hoge Raad oordeelt dat geen van de klachten aanleiding geeft tot vernietiging van het arrest. Het hof heeft de bewijsklachten gemotiveerd beoordeeld en de verzoeken tot aanvullend bewijs afgewezen binnen de grenzen van het procesrecht. De strafmotivering is eveneens toereikend geacht.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep is verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf voor deelname als leider aan een criminele organisatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01795
Datum3 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2022, nummer 21-004463-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 oktober 2023.