ECLI:NL:HR:2023:129

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2023
Publicatiedatum
31 januari 2023
Zaaknummer
22/02030
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Peek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken cassatiemiddelen in poging tot doodslag

In deze zaak stond verdachte terecht voor poging tot doodslag, gepleegd in 2018 te Boxtel waarbij hij de partner van zijn zus met een vleesmes in de borstkas stak. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte eerder veroordeeld. Verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

Echter heeft de verdediging geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn, waardoor het beroep niet ontvankelijk is. De Hoge Raad toetst in cassatie alleen de juiste toepassing van het recht en vereist dat klachten schriftelijk worden ingediend door een advocaat.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak werd gedaan door raadsheer C. Caminada op 31 januari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02030
Datum31 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 juni 2022, nummer 20-002670-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 januari 2023.