ECLI:NL:HR:2023:1251
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft A.F.M.J. Verhoeven namens V.O.F. [X] te [Z] een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Hoewel een machtiging was overgelegd, omvatte deze niet het instellen van het beroep in cassatie. De Hoge Raad heeft de indiener verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit de bevoegdheid bleek, maar dit is niet gebeurd.
De Hoge Raad concludeerde daarom dat de indiener niet bevoegd was het beroep in cassatie in te stellen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 15 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging.