ECLI:NL:HR:2023:1217

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2023
Publicatiedatum
14 september 2023
Zaaknummer
22/04881
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 809 RvArt. 12 IVRK
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieverzoek omgangsregeling moeder en kind wegens onvoldoende gronden

De moeder heeft bij de lagere instanties verzocht om vaststelling van een omgangsregeling met haar kind. Zowel de rechtbank Midden-Nederland als het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben dit verzoek afgewezen. De moeder stelde in cassatie dat het recht van het kind om haar mening te uiten, zoals vastgelegd in artikel 809 Rv Pro en artikel 12 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), is geschonden.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht omvatte, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, waarop de moeder schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft uiteindelijk het beroep verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd, waarmee het verzoek om omgangsregeling definitief is afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder is verworpen en het verzoek om omgangsregeling is afgewezen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04881
Datum15 september 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de GI,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/16/526816 / FO RK 21-878 van de rechtbank Midden-Nederland van 20 januari 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.307.795 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 september 2022.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De GI heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
15 september 2023.