Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
19 september 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake brandstichting in een inrichting voor stelselmatige daders. De verdachte was geplaatst in het kader van een TBS-maatregel met voorwaarden. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met een voorstel tot vermindering daarvan.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak pas na meer dan zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf met twaalf maanden.
De overige cassatieklachten werden verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest daarom uitsluitend voor wat betreft de strafduur en stelde de straf vast op elf maanden gevangenisstraf.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.