ECLI:NL:HR:2023:1096
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt 90%-regel voor vermogensetikettering van personenauto in inkomstenbelasting
Belanghebbende, die een eenmanszaak drijft, rekende een personenauto tot zijn ondernemingsvermogen over de jaren 2012 tot en met 2015. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat de auto tot het privévermogen behoort omdat het zakelijke gebruik minder dan 10% van het totaal was.
De Rechtbank oordeelde dat bij de afbakening tussen privévermogen en keuzevermogen een vaste grens van 500 zakelijke kilometers per jaar geldt, waardoor de auto keuzevermogen was. Het Hof verwierp deze grens en stelde dat de 500 km-regel alleen geldt voor de afbakening tussen keuzevermogen en verplicht ondernemingsvermogen. Het Hof concludeerde dat de auto verplicht privévermogen was omdat het zakelijke gebruik minder dan 10% bedroeg.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof en verduidelijkt dat de 500 km-grens uit het arrest van 14 maart 2001 alleen van toepassing is bij de afbakening keuzevermogen versus verplicht ondernemingsvermogen. Voor de afbakening keuzevermogen versus verplicht privévermogen geldt de 90%-regel, waarbij een auto die voor 90% of meer privé wordt gebruikt verplicht privévermogen is.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de auto vormt verplicht privévermogen volgens de 90%-regel.