ECLI:NL:HR:2023:1061
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was door de Inspecteur geconfronteerd met naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2011, 2012 en 2013, inclusief beschikkingen inzake heffings- en belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd in hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het oordeel van de rechtbank bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die de klachten tegen het hofsoordeel heeft beoordeeld. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.
De Hoge Raad motiveerde het oordeel niet uitvoerig, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen omzetbelasting.