ECLI:NL:HR:2023:1019
Hoge Raad
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad legt schriftelijke berisping op aan raadsheer wegens ondermijning vertrouwen rechtspraak
De Procureur-Generaal heeft bij de Hoge Raad een vordering ingediend tot het opleggen van een disciplinaire maatregel van schriftelijke berisping aan een raadsheer die werkzaam was bij de afdeling strafrecht van het hof. Deze raadsheer heeft zich in 2021 en 2022 onrechtmatig gemengd in een strafzaak met grote maatschappelijke impact door het verspreiden van een boek geschreven door zijn broer, dat een alternatief scenario presenteert en kritiek levert op het onderzoek en de betrokken officieren van justitie.
Betrokkene heeft het boek en begeleidende brieven en leeswijzers verspreid onder rechters, officieren van justitie en advocaten die bij de zaak betrokken waren, met de bedoeling de overtuiging van deze functionarissen te beïnvloeden en de loop van de strafzaak te wijzigen. Dit handelen heeft geleid tot onvrede binnen het openbaar ministerie en ondermijnt het vertrouwen in de onpartijdigheid en het gezag van de rechterlijke macht.
De Hoge Raad oordeelt dat de vrijheid van meningsuiting van een rechterlijk ambtenaar niet onbeperkt is en dat betrokkene met zijn handelen ernstig nadeel heeft toegebracht aan de goede gang van zaken bij de rechtspraak en het vertrouwen daarin. Gelet op de ernst van het handelen, het inzicht van betrokkene in de onaanvaardbaarheid daarvan, en het feit dat betrokkene niet langer werkzaam zal zijn bij de afdeling strafrecht, legt de Hoge Raad de disciplinaire maatregel van schriftelijke berisping op.
Uitkomst: De Hoge Raad legt aan betrokkene een schriftelijke berisping op wegens het ernstig nadeel toebrengen aan de goede gang van zaken en het vertrouwen in de rechtspraak.