Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1015

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2023
Publicatiedatum
30 juni 2023
Zaaknummer
22/01915
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 33a.2.a SrArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering beslag op motorfiets in rijbewijszaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland over het beslag op een motorfiets van de klaagster, gelegd onder haar schoonzoon wegens verdenking van rijden zonder rijbewijs. De kernvraag was of de klaagster redelijkerwijs kon vermoeden dat haar voertuig voor een strafbaar feit zou worden gebruikt.

De rechtbank had het beklag ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter later het voertuig zou verbeurdverklaren, mede omdat de klaagster onvoldoende verantwoordelijkheid had genomen om te verifiëren of de gebruiker een geldig rijbewijs had.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd door niet te betrekken of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter ook zal oordelen dat de klaagster bekend was met het gebruik van het voertuig zonder rijbewijs of dit redelijkerwijs had kunnen vermoeden.

Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland voor een nieuwe behandeling en beslissing op het bestaande beklag.

De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige motivering bij beslagleggingen onder derden en het toetsen aan het redelijk vermoeden van betrokkenheid bij het strafbare feit.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01915 B
Datum11 juli 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 20 april 2022, nummer RK 22/005805, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Nederland, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de ongegrondverklaring van het beklag tegen het op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering onder een derde gelegde beslag op het voertuig van de klaagster.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juli 2023.