Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor rijden onder invloed van cannabis, zoals vastgesteld door bloedonderzoek. Het hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat het onderzoek conform artikel 8.5 van de Wegenverkeerswet 1994 was uitgevoerd en dat artikel 13.1 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (BADG) niet was geschonden.
De verdachte stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het onderzoek een a.b.i. (aanwijzing bij het inverkeerbrengen) betrof en dat het hof had miskend dat artikel 16.1 BADG geen strikte waarborg biedt. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden en dat het niet nodig is om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over rijden onder invloed van cannabis.