ECLI:NL:HR:2022:979
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen uitspraak bestuursrechter inzake Wet WIA
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op verzet tegen een uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betreffende de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter wanneer dit bij wet is bepaald. In dit geval bestaat geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen de onderhavige uitspraak.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.