ECLI:NL:HR:2022:920

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
21/01408
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis.1.b SrArt. 57 SrArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in witwaszaak met feitelijk leidinggeven en meerdaadse samenloop

In deze zaak stond de verdachte terecht voor witwassen van een vrachtwagen met koeloplegger, gepleegd door een rechtspersoon waarbij hij feitelijk leiding gaf. Het hof had vastgesteld dat het witwassen meermalen had plaatsgevonden, waarbij sprake was van meerdaadse samenloop zoals bedoeld in art. 57 Sr Pro.

De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsklacht in tegen het oordeel dat hij opzettelijk leiding gaf aan het witwassen. Tevens betwistte hij dat het hof terecht had geoordeeld dat het witwassen meermalen was gepleegd.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven.

Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof onverkort in stand blijft. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 21 juni 2022.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor witwassen met feitelijk leidinggeven en meerdaadse samenloop.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01408
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 maart 2021, nummer 20-001449-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.