ECLI:NL:HR:2022:893

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juni 2022
Publicatiedatum
17 juni 2022
Zaaknummer
20/03562
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:653 lid 3 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geldigheid concurrentiebeding ondanks belang werkgever

In deze zaak heeft Meijndert Trucking B.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst had beoordeeld. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de voorzieningenrechter en het hof voor het procesverloop in de lagere instanties.

De Hoge Raad heeft de klachten van Meijndert Trucking over het arrest van het hof beoordeeld maar oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad ziet geen noodzaak om de motivering van het oordeel te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Meijndert Trucking in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand dat het concurrentiebeding bevestigt, waarbij het belang van de werkgever om de werknemer nog een zekere tijd in dienst te houden centraal staat.

De uitspraak is gedaan door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer H.M. Wattendorff op 17 juni 2022.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het concurrentiebeding ten gunste van de werkgever.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/03562
Datum17 juni 2022
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V., rechtsopvolgster krachtens fusie van MEIJNDERT TRUCKING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: Meijndert Trucking,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder] ,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 8431992 \ VV EXPL 20-20 \ 25115 \ 40141 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 8 mei 2020;
het arrest in de zaak 200.278.514 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2020.
Meijndert Trucking heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor Meijndert Trucking toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Meijndert Trucking heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Meijndert Trucking in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
17 juni 2022.