ECLI:NL:HR:2022:886
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland in een geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een besluit op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelt vast dat artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen cassatie tegen bestuursrechterlijke uitspraken toestaat indien de wet dit uitdrukkelijk bepaalt. In dit geval ontbreekt een dergelijke wettelijke bepaling voor het onderhavige geschil, waardoor het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat de bestreden uitspraak ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing bevat die cassatie mogelijk lijkt te maken. Daarom bepaalt de Hoge Raad dat het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 134 wordt teruggegeven.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is op 17 juni 2022 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Boerlage en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard en het betaalde griffierecht wordt teruggegeven.