Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
21 juni 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag in 2018 te Almere. De verdachte had met een vuurwapen op een ander geschoten en hem in het bovenbeen geraakt, hetgeen onder art. 287 Sr Pro valt.
In cassatie heeft de advocaat van verdachte een schriftuur ingediend. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen, maar heeft geen schriftelijk standpunt ingenomen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld en het arrest van het hof in stand blijft.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 21 juni 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.