ECLI:NL:HR:2022:866

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
14 juni 2022
Zaaknummer
21/03304
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep poging tot doodslag

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag in 2018 te Almere. De verdachte had met een vuurwapen op een ander geschoten en hem in het bovenbeen geraakt, hetgeen onder art. 287 Sr Pro valt.

In cassatie heeft de advocaat van verdachte een schriftuur ingediend. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen, maar heeft geen schriftelijk standpunt ingenomen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld en het arrest van het hof in stand blijft.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 21 juni 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03304
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2021, nummer 21-002373-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.