Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
Bewijsmiddelen
Overweging met betrekking tot het bewijs
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Poging tot doodslag
de eendaadse samenloop van
Oplegging van straf en/of maatregel
- verdachte op 3 januari 2017 bij vonnis van deze rechtbank onder meer is veroordeeld voor poging tot diefstal in vereniging en schuldheling, en
- verdachte op 21 december 2018 bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder meer is veroordeeld voor het vervoeren van harddrugs en softdrugs, het veroorzaken van gevaar op de weg en mishandeling.
- een gevangenisstraf voor de duur van één maand, en
- tweemaal hechtenis voor de duur van één week.
De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf en maatregel zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.
Psychiatrisch onderzoek (pro Justitia) van 4 december 2016, opgemaakt door [naam psychiater 1] , kinder- en jeugdpsychiater i.o . onder supervisie van [naam psychiater 2] , kinder- en jeugdpsychiater
Deze rapportage werd opgemaakt in het kader van een strafzaak uit 2016 (diefstal met braak in vereniging en diefstal in vereniging). De conclusie van de rapporteur was dat er bij verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling. Bij verdachte was sprake van gehechtheidsproblematiek en een gedragsstoornis met een dreigende ontwikkeling richting een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De rapporteur adviseerde woonbegeleiding, dagbesteding, poliklinische forensische hulp en een voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ-maatregel).
Psychologisch onderzoek (pro Justitia) van 30 maart 2018, opgemaakt door [naam psycholoog 1] , GZ-psycholoog
Deze rapportage werd opgemaakt in het kader van een strafzaak uit 2017 (handel in harddrugs en softdrugs, gevaar/hinder op de weg veroorzaken, rijden zonder rijbewijs en verlaten plaats ongeval). De psycholoog constateerde een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Zij adviseerde een forensische ambulante behandeling (bij De Waag). Er was volgens de psycholoog geen indicatie voor toepassing van het jeugdstrafrecht.
Psychiatrisch onderzoek (pro Justitia) van 5 april 2018, opgemaakt door [naam psychiater 3] , psychiater
Ook deze rapportage werd opgesteld naar aanleiding van de hierboven genoemde strafzaak uit 2018. De psychiater kwam ook tot de conclusie dat sprake was van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ook zij adviseerde een forensische ambulante behandeling (bij De Waag). Dit in de hoop de persoonlijkheid van betrokkene bij te sturen. Er was volgens de psychiater geen indicatie voor toepassing van het jeugdstrafrecht.
Psychologisch onderzoek (pro Justitia) van 12 maart 2019, opgemaakt door [naam psycholoog 1] , GZ-psycholoog
Verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het onderzoek. GZ-psycholoog [naam psycholoog 1] (onderzoekster) geeft op basis van de beschikbare stukken over verdachte wel een forensisch psychologische beschouwing. Zij constateert dat na de vorige rapportage (30 maart 2018, zie hierboven) de reclasseringsbegeleiding niet van de grond is gekomen en de ambulante behandeling bij De Waag niet is gelukt. Ze merkt op dat het mogelijk is dat de weigering om mee te werken voort kan komen uit een verdere verharding van zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis. Het is volgens haar onwaarschijnlijk dat zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis zonder behandeling is veranderd. Ze geeft in overweging om verdachte te laten onderzoeken in het Pieter Baan Centrum.
Psychiatrisch onderzoek (pro Justitia) van 27 maart 2019, opgemaakt door [naam psychiater 3] , psychiater
Verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het onderzoek. Er kan door de psychiater daarom geen uitspraak gedaan worden over de mate van toerekenen en het recidiverisico. De psychiater verwijst naar een eerder onderzoek dat door haar werd uitgevoerd (5 april 2018, zie hierboven) waarin door haar een gebrekkige ontwikkeling in de geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis werd vastgesteld. Vanwege zijn weigering kan de diagnostiek niet geactualiseerd worden. Volgens haar is het echter aannemelijk dat de gebrekkige ontwikkeling (in de vorm van de antisociale persoonlijkheidsstoornis) nog aanwezig is, gelet op de aard van die gebrekkige ontwikkeling. Ter overweging wordt de mogelijkheid van observatie in het Pieter Baan Centrum meegegeven.
Rapportage van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum van 25 oktober 2019
Verdachte heeft zijn medewerking aan het onderzoek geweigerd. Er hebben daardoor geen gesprekken met onderzoekers plaatsgevonden. Verdachte liet zich wel beperkt observeren en ging contacten met de groepsleiding niet uit de weg. Op basis van eerdere rapporten concluderen de onderzoekers het volgende. Verdachte is vanaf zijn 10e jaar bekend is met gedrags- en gezagsproblemen. Vanaf zijn 12e levensjaar is verdachte bekend bij politie en justitie vanwege bedreiging, openlijke geweldpleging en straatroof. Er is bij verdachte sprake van een diepgaand en langdurig patroon van sociaal afwijkend gedrag. Vanaf de (vroege) jeugd zijn er aanwijzingen voor gedragsproblematiek, die, ondanks detenties en aangeboden begeleiding en behandeling, niet essentieel is gewijzigd. Zij concluderen verder dat sprake is van een forse scheefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling, die zich volgens voorgaande rapporteurs laat classificeren als een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens was aanwezig ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Er zijn voldoende aanwijzingen om in meer brede zin van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens te spreken. De rapporteurs konden geen delict analyse opstellen. Zij stellen dat de aanwezigheid van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens wil niet per definitie zeggen dat men niet in vrijheid keuzes kan maken. In het Pieter Baan Centrum heeft verdachte laten zien dat hij controle heeft over zijn gedrag, maar in hoeverre dit ook zo was ten tijde van de ten laste gelegde feiten, kon niet onderzocht worden. Ook was het niet mogelijk om een recidiverisico te bepalen. De onderzoekers achten, ondanks beperkingen in de diagnostiek, het toepassen van het jeugdstrafrecht niet aangewezen. De onderzoekers hebben geen advies kunnen geven tot behandeling in een strafrechtelijk kader teneinde een eventueel pathologisch bepaald recidivegevaar terug te dringen. De onderzoekers constateren dat er weinig beschermende factoren zijn bij verdachte.
Aanvulling stukken omtrent de persoon van verdachte
- Een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 juni 2021. Hieruit blijkt, in aanvulling op de bovenstaande overwegingen van de rechtbank, dat er geen nieuwe strafbare feiten op vermeld staan in vergelijking met het uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 mei 2020 waarmee de rechtbank rekening heeft gehouden. Het hof heeft bovendien vastgesteld dat de door de rechtbank benoemde recidive onherroepelijke vonnissen betrof.
- Een reclasseringsadvies van Tactus Verslavingszorg d.d. 1 oktober 2018;
- Een eindrapportage taakstraf van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 22 mei 2018;
- Een rapportage van Samen Veilig Midden-Nederland d.d. 14 november 2017;
- Een rapportage van Samen Veilig Midden-Nederland d.d. 19 december 2016;
- Een negatieve retourmelding van Samen Veilig Midden-Nederland d.d. 29 november 2016;
- Een advies van Veilig Midden-Nederland d.d. 13 oktober 2016;
- Een advies van Samen Veilig Midden-Nederland d.d. 20 september 2016;
- Een advies van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 21 september 2016;
- Een advies van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 9 september 2016;
- Een rapportage van Samen Veilig Midden-Nederland d.d. 12 november 2015;
- Een eindrapportage taakstraf van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 8 juli 2015;
- Een adviesrapportage Jeugdreclassering van Samen Veilig Flevoland d.d. 26 februari 2015;
- Een uitgebreid Advies van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 22 januari 2015;
- Een eindrapportage taakstraf van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 28 januari 2014;
- Een verzoek verlenging termijn taakstraf van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 5 augustus 2013;
- Een evaluatie van het plan van aanpak Samenloop Ondertoezichtstelling en Jeugdreclasseringsmaatregel van Bureau Jeugdzorg Flevoland d.d. 12 februari 2013;
- Een adviesrapportage jeugdreclassering met bijlagen van Bureau Jeugdzorg Flevoland d.d. 15 november 2012;
- Een raadsonderzoek strafzaken van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 19 november 2012;
- Een psychiatrisch onderzoek Pro Justitia d.d. 8 november 2012, opgemaakt door [naam psychiater 4] , psychiater;
- Een psychologisch onderzoek Pro Justitia d.d. 7 november 2012, opgemaakt door [naam psycholoog 2] , GZ-psycholoog;
- Een adviesrapportage jeugdreclassering van Bureau Jeugdzorg Flevoland d.d. 3 september 2012;
- Een adviesrapportage jeugdreclassering van Bureau Jeugdzorg Flevoland d.d. 17 augustus 2012;
- Een rapport 2A IVS van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 8 augustus 2012;
- Een raadsonderzoek strafzaken van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 14 maart 2012;
- Een plan van aanpak jeugdreclassering van Bureau Jeugdzorg Flevoland d.d. 27 februari 2012;
- Een adviesrapportage jeugdreclassering van Bureau Jeugdzorg Flevoland d.d. 19 januari 2012;
- Een advies ten behoeve van de voorgeleiding van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 17 januari 2012.
Overige beslissingen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege zal worden verpleegd.
teruggaveaan de verdachte van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: het inbeslaggenomen geldbedrag van € 795,-.
Vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij]
€ 6.000,00 (zesduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.