ECLI:NL:HR:2022:859

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2022
Publicatiedatum
8 juni 2022
Zaaknummer
21/02031
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:277 BWArt. 6:101 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling schadevergoeding na beëindiging samenwerking in commanditaire vennootschap tussen onderwijsinstelling en horecagroep

In deze zaak gaat het om een geschil tussen Fitland Leiden II B.V. en Stichting MBO Rijnland over de schadevergoeding na de beëindiging van hun samenwerking in een commanditaire vennootschap. De kernvraag betrof op welk scenario de begroting van de schade moest worden gebaseerd, namelijk voortzetting of beëindiging van de samenwerking, en hoe de overeenkomst moet worden uitgelegd.

De procedure omvatte eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en een arrest van het gerechtshof Den Haag. De Hoge Raad heeft de klachten van Fitland tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en Fitland veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De zaak betreft onder meer de toepassing van artikel 6:277 BW Pro omtrent schadevergoeding bij ontbinding van een overeenkomst en artikel 6:101 BW Pro over de verplichting tot schadebeperking.

De uitspraak werd gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Fitland is verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/02031
Datum10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
FITLAND LEIDEN II B.V.,
gevestigd te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert,
EISERES tot cassatie,
hierna: Fitland,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en T. van Tatenhove,
tegen
STICHTING MBORIJNLAND,
gevestigd te Leiden,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ROC,
advocaat: B.I. Kraaipoel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/09/536104 / HA ZA 17-741 van de rechtbank Den Haag van 21 maart 2018 en 16 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.258.545/01 van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2021.
Fitland heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ROC heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Fitland mede door L.A. Burwick, en voor ROC mede door S.E. Streng.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Fitland hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Fitland in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ROC begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Fitland deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
10 juni 2022.