ECLI:NL:HR:2022:856

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2022
Publicatiedatum
8 juni 2022
Zaaknummer
21/00980
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof over uitleg overeenkomst vergoeding bij privatisering energiebedrijf

In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst centraal waarin de koper van een energiebedrijf verplicht was een vergoeding te betalen aan de verkopers indien privatisering plaatsvond vóór een bepaalde vervaldatum. Remu c.s., de eisers in cassatie, betwistten het arrest van het hof Amsterdam dat deze uitleg bevestigde.

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met vonnissen in oktober 2018 en februari 2019, waarna het gerechtshof Amsterdam op 8 december 2020 het geschil behandelde. Het hof oordeelde dat de verplichting tot vergoeding in de overeenkomst terecht werd uitgelegd conform de stellingen van Eneco, de verweerder in cassatie.

De Hoge Raad heeft de klachten van Remu c.s. tegen het arrest van het hof beoordeeld maar deze niet ontvankelijk verklaard omdat de klachten niet tot vernietiging konden leiden. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, mede vanwege het belang voor de rechtsontwikkeling en eenheid van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen en Remu c.s. werden veroordeeld in de proceskosten.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren du Perron, Schaafsma, Teuben en uitgesproken door Wattendorff op 10 juni 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Remu c.s. wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/00980
Datum10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
1. N.V. REMU HOUDSTERMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Utrecht,
2. STICHTING BEHEER BELANGEN GCN,
gevestigd te Utrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Remu c.s.,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
N.V. ENECO BEHEER,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Eneco,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/647233 / HA ZA 18-447 van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2018 en 27 februari 2019;
het arrest in de zaak 200.260.304/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2020.
Remu c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Eneco heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Eneco toegelicht door haar advocaat, en mede door B.F.L.M. Schim.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Remu c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Remu c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eneco begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op
10 juni 2022.