ECLI:NL:HR:2022:778

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 mei 2022
Publicatiedatum
27 mei 2022
Zaaknummer
21/04744
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak tegen UWV-besluit WIA

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Centrale Raad van Beroep betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de inhoud van de klachten en de stand van zaken is geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren, op 27 mei 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/04744
Datum27 mei 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de RAAD VAN BESTUUR VAN HET UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep van 6 oktober 2021, nr. 19/4492 WIA [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. 18/5600), betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2022.