Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 mei 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een mishandeling van twee politieagenten door de verdachte en haar dochter tijdens een aanhouding in een noodopvang voor dakloze gezinnen in Amsterdam op 22 juli 2019. De politie trad op na een melding dat de dames het pand moesten verlaten, waarbij sprake was van een conflict over de rechtmatigheid van de uitzetting en het binnentreden.
De verdachte beet een agent in de wijsvinger en trapte een andere agent in de schaamstreek tijdens de aanhouding. Het hof verwierp het beroep op noodweerexces, onder meer omdat het beroep op onrechtmatig binnentreden en onrechtmatig gebruik van pepperspray volgens het hof onvoldoende was onderbouwd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de verwerping van het beroep op noodweerexces niet toereikend heeft gemotiveerd, aangezien de verdediging deze onrechtmatigheden wel degelijk aan het beroep ten grondslag heeft gelegd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. De zaak bevat uitgebreide feiten over het politieoptreden, het gebruik van pepperspray en de juridische discussie over de rechtmatigheid van het binnentreden en de aanhouding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontoereikende motivering van verwerping noodweerexces en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.