ECLI:NL:HR:2022:75

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
25 januari 2022
Zaaknummer
20/04391
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

TBS opgelegd voor doodslag door ernstig hersenletsel bij vriendin in Utrecht

In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor doodslag op zijn vriendin in Utrecht in 2019, waarbij hij haar zo hard tegen het hoofd sloeg en schopte dat ernstig hersenletsel ontstond. Het hof legde de maatregel van TBS met dwangverpleging op.

De verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, maar stelde zelf geen cassatiemiddelen aan de orde. Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een advocaat binnen een bepaalde termijn schriftelijk cassatiemiddelen indienen om het beroep ontvankelijk te maken.

Omdat aan deze verplichting niet was voldaan, verklaarde de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk. Er werd geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven. Het arrest werd gewezen door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04391
Datum25 januari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 december 2020, nummer 21-001777-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 januari 2022.