Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 januari 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte, door kort voor het ongeval te remmen, de aanmerkelijke kans op een potentieel dodelijk ongeval bewust heeft aanvaard, hetgeen duidt op voorwaardelijk opzet op de dood. De zaak betreft poging tot doodslag in het verkeer en doorrijden na een ongeval, zoals bedoeld in artikel 287 Sr Pro en artikel 7.1.a WVW 1994.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte eerder veroordeeld. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
De Hoge Raad vond geen aanleiding om inhoudelijk op de klachten in te gaan, omdat beantwoording daarvan niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 25 januari 2022 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, waardoor de veroordeling voor poging tot doodslag in het verkeer en doorrijden na ongeval in stand blijft.