ECLI:NL:HR:2022:606
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake door haar betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Het hof had het hoger beroep van belanghebbende tegen eerdere uitspraken van de Rechtbank Den Haag behandeld.
In cassatie stelde belanghebbende meerdere middelen voor, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om inhoudelijk op de middelen in te gaan, omdat deze geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad besloot het cassatieberoep ongegrond te verklaren en zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Het arrest werd in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 22 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.