ECLI:NL:HR:2022:600
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en verwijst belastingzaak terug naar Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2010 en de daarbij behorende beschikking over heffingsrente. De Hoge Raad overwoog dat de middelen I en II slaagden op basis van een gelijktijdig gewezen arrest in een soortgelijke zaak tussen dezelfde partijen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledige inhoudelijke beoordeling. De overige middelen werden niet behandeld omdat de vernietiging en verwijzing daaraan voorafgingen.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep, waarbij ook een vergoeding voor het betaalde griffierecht aan belanghebbende werd toegekend. De kosten van het geding werden vastgesteld op een zesde deel van €2.277, te weten €379,50, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad M.E. van Hilten als voorzitter, samen met raadsheren E.N. Punt en E.F. Faase, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.