ECLI:NL:HR:2022:599
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2013 en 2014
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 juli 2020, waarin het hof het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag over ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor de jaren 2013 en 2014.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk te motiveren omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 22 april 2022 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.