Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:575

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2022
Publicatiedatum
15 april 2022
Zaaknummer
20/02006
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 140 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep deelname criminele organisatie hennepteelt

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighoudt met hennepteelt. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten over het bewijs en de motivering van het hof beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada. Het beroep werd bij openbare terechtzitting op 19 april 2022 verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02006
Datum19 april 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juni 2020, nummer 21-004144-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 april 2022.