ECLI:NL:HR:2022:556
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen uitspraak over aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet afgewezen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 17 augustus 2021, waarin het hof uitsprak over de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2016, 2017 en 2018, de aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor 2016 en 2017, en de daarbij behorende beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.