ECLI:NL:HR:2022:539
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en heffingsrente
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij behorende beschikkingen inzake heffings- en belastingrente over de jaren 2011 tot en met 2015 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Het oordeel van het hof blijft daarmee in stand. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof over de navorderingsaanslagen en de heffingsrente voor de betreffende jaren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof bevestigd.