ECLI:NL:HR:2022:536
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 augustus 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2014 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klacht niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de klacht nader te motiveren, omdat beantwoording van de daarin gestelde vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.