ECLI:NL:HR:2022:426

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2022
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
21/01686
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 29 AWRArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening arrest Hoge Raad afgewezen wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een eerder arrest van 11 september 2020. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.

Volgens Track&Trace is de brief afgeleverd, maar het griffierecht is niet voldaan. De door belanghebbende aangevoerde redenen in zijn brief van 20 februari 2022 zijn niet voldoende om het verzuim te rechtvaardigen.

Op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen (artikel 8:41 lid 6 Awb Pro, artikel 29 AWR Pro en artikel 8:119 lid 2 Awb Pro) is het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 25 maart 2022 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/01686
Datum25 maart 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 11 september 2020, nr. 20/00923, ECLI:NL:HR:2020:1388.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 26 januari 2022 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek om herziening en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 20 februari 2022 heeft aangevoerd, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende met betrekking tot het niet voldaan zijn van het griffierecht niet in verzuim is geweest.
Het verzoek om herziening moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in samenhang gelezen met artikel 29 AWR Pro en artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2022.