ECLI:NL:HR:2022:420
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2016
Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 juli 2020, waarin het hoger beroep inzake de belastingaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016 werd behandeld, beroep in cassatie ingesteld. De klacht van belanghebbende richtte zich tegen de uitspraak van het hof.
De Hoge Raad heeft de klacht beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kan leiden tot vernietiging van het arrest. Gezien het bepaalde in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, was het niet nodig om de klacht inhoudelijk te motiveren of om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft tevens geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden op 25 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.