ECLI:NL:HR:2022:383
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2010
De erfgenamen van X hebben beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 2 juni 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbenden tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Er is geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten aan de zijde van de Staatsecretaris van Financiën toe te wijzen. Het arrest is op 18 maart 2022 in het openbaar gewezen door de raadsheren Feteris, Fierstra en van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.