ECLI:NL:HR:2022:375

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2022
Publicatiedatum
15 maart 2022
Zaaknummer
21/01380
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in jeugdzaak medeplegen diefstal mobiele telefoon

In deze zaak stond de verdachte, geboren in 2003, terecht voor medeplegen van diefstal van een mobiele telefoon. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had hem eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Namens hem diende advocaat J.J.J. van Rijsbergen een cassatiemiddel in. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Daarmee heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president V. van den Brink, samen met raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, op 15 maart 2022 tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het hofarrest wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01380 J
Datum15 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2021, nummer 20-002141-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 maart 2022.