ECLI:NL:HR:2022:371

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 maart 2022
Publicatiedatum
15 maart 2022
Zaaknummer
21/01638
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak openlijke geweldpleging jeugdige verdachte

De zaak betreft een jeugdige verdachte die werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging, zoals omschreven in artikel 141 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 april 2021. Namens de verdachte werd het beroep onderbouwd door advocaat E.R. Weening.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte cassatiemiddelen beoordeeld, waaronder het verzoek om het (voorwaardelijk) opnieuw horen van twee getuigen, te weten de vriendin van de aangever en een medeverdachte. Tevens werden verschillende bewijsklachten ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat het niet noodzakelijk was om inhoudelijk op de klachten in te gaan vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink was om het beroep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het arrest werd op 15 maart 2022 gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, samen met raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de jeugdige verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01638 J
Datum15 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 april 2021, nummer 22-001739-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.R. Weening, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 maart 2022.