Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in tegen een besluit van de Staatssecretaris van Financiën, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet was betaald. De rechtbank baseerde zich op een aangetekende brief die volgens PostNL was uitgereikt aan de gemachtigde van belanghebbende.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze constatering en stelde dat de brief niet was ontvangen of opgenomen in het digitale dossier. De rechtbank wees het verzet ongegrond zonder belanghebbende te horen op zitting, omdat de ontvangst volgens PostNL was bevestigd.
De Hoge Raad oordeelt dat bij betwisting van ontvangst van een aangetekende brief de rechtbank belanghebbende de gelegenheid moet geven kennis te nemen van de gegevens van PostNL en zich hierover uit te laten. Dit is niet gebeurd, waardoor de procesorde is geschonden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de uitspraak van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor een hernieuwde beoordeling van het verzet, waarbij deze procedurele waarborgen in acht moeten worden genomen. Tevens wordt de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht aan belanghebbende worden vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verwijst de zaak voor hernieuwde beoordeling van het verzet.